We hebben de macht ontwikkeld om de wereld te veranderen. Maar hebben we ook de wijsheid ontwikkeld om verantwoordelijkheid te dragen voor wat we veranderen?
Er is iets buitengewoons aan de mens.
We hebben geleerd vuur te beheersen, oceanen over te steken, ziekten te bestrijden en machines te bouwen die werk verrichten waarvoor vroeger duizenden mensen nodig waren.
We hebben de ruimte verkend, de bouwstenen van het leven onderzocht en een digitale wereld geschapen waarin kennis van de ene kant van de aarde naar de andere reist in een fractie van een seconde.
Wat ooit onmogelijk leek, is voor ons steeds vaker werkelijkheid geworden.
In het Bijbelboek Genesis staat, in het verhaal over de toren van Babel, een opmerkelijke uitspraak: “Nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onmogelijk zijn.” Het is een oude tekst, maar de gedachte erachter klinkt verrassend actueel. De mens beschikt over een vermogen om samen dingen tot stand te brengen, een vermogen dat nauwelijks grenzen lijkt te kennen.
Maar juist daar begint een andere vraag.
Als onze mogelijkheden blijven groeien, groeit onze verantwoordelijkheid dan in hetzelfde tempo mee?
Want terwijl we onze wereld steeds verder naar onze hand zetten, veranderen we ook de omstandigheden waarvan we zelf afhankelijk zijn. We putten grondstoffen uit, vervuilen lucht en water en verdringen andere levensvormen. We beschikken over ongekende kennis, maar weten nog altijd niet hoe we alle gevolgen van ons handelen kunnen overzien — laat staan beheersen.
Dat is geen reden om alles wat de mens heeft bereikt te veroordelen. Het is wel een reden om ons af te vragen wat we onder vooruitgang verstaan.
De tuin die we moesten bewaren
Een ander Bijbelverhaal vertelt dat de mens in de tuin van Eden werd geplaatst om die te bewerken en te bewaren. Wie gelovig is, kan daarin een opdracht van God zien. Wie dat niet is, kan dezelfde gedachte lezen als een menselijke verantwoordelijkheid: we leven niet los van de natuur, maar zijn er volledig van afhankelijk.
Toch gedragen we ons vaak alsof de aarde vooral een voorraadkamer is waaruit we naar behoefte kunnen nemen.
De gevolgen zijn niet uitsluitend een kwestie van gevoel of overtuiging. Daarover bestaat omvangrijk wetenschappelijk onderzoek.
Volgens het wereldwijde biodiversiteitsrapport van IPBES uit 2019 worden naar schatting ongeveer één miljoen dier- en plantensoorten met uitsterven bedreigd. Dat betekent niet dat al die soorten verdwenen zijn. Het betekent wel dat de druk op het leven op aarde zo groot is dat een uitzonderlijk aantal soorten gevaar loopt.
Het rapport Global Resources Outlook 2024 van het VN-milieuprogramma UNEP waarschuwt bovendien dat de wereldwijde winning van grondstoffen bij voortzetting van de huidige ontwikkelingen tegen 2060 ongeveer 60 procent hoger kan liggen dan in 2020.
En volgens het IPCC lag de gemiddelde temperatuur aan het aardoppervlak in de periode 2011–2020 ongeveer 1,1 graad Celsius boven het niveau van 1850–1900. De menselijke invloed op de opwarming van de aarde staat volgens het klimaatpanel buiten twijfel.
Achter die cijfers gaan bossen, landschappen, dieren, planten en menselijke leefomstandigheden schuil. Het zijn geen abstracte grootheden. Ze vormen samen het levende systeem waarvan ook onze voedselvoorziening, onze gezondheid en onze economie afhankelijk zijn.
Natuurlijk heeft de mens grondstoffen nodig. Natuurlijk mogen we de natuur gebruiken om te leven, te bouwen en ons bestaan te verbeteren. De vraag is niet of we iets aan de aarde mogen veranderen.
De vraag is hoeveel we kunnen nemen zonder de voorwaarden voor ons eigen bestaan en dat van andere levensvormen aan te tasten.
We noemen het vooruitgang wanneer we meer kunnen produceren, sneller kunnen vervoeren en steeds meer goederen binnen ons bereik brengen. Maar als de rekening daarvan wordt doorgeschoven naar de natuur, naar andere mensen of naar toekomstige generaties, hebben we dan alle kosten werkelijk meegerekend?
Zijn we slimmer geworden dan verstandig?
De mens is geen virus. We zijn in staat tot liefde, samenwerking, mededogen en zelfopoffering. We beschermen kwetsbaren, herstellen ecosystemen, bestrijden ziekten en proberen schade te herstellen die we zelf hebben veroorzaakt.
Juist daarom is het zo opmerkelijk dat we tegelijkertijd zoveel schade kunnen aanrichten.
We beschikken over kennis die ons in staat stelt de gevolgen van ons handelen steeds beter te begrijpen. Toch blijkt het vaak moeilijk om die kennis om te zetten in tijdig en gezamenlijk handelen. Belangen op korte termijn kunnen zwaarder wegen dan risico’s op lange termijn. Wat economisch aantrekkelijk is voor één onderneming of land, kan voor anderen grote kosten veroorzaken.
Dat hoeft niet altijd voort te komen uit kwade wil. Soms ontbreken alternatieven. Soms zijn problemen ingewikkeld, botsen belangen of zijn oplossingen duur. En soms weten we eenvoudigweg nog niet genoeg.
Maar er is ook een ongemakkelijker mogelijkheid: dat we de gevolgen liever niet volledig onder ogen zien wanneer verandering iets van ons vraagt.
We weten dat onze keuzes gevolgen hebben, maar zolang die gevolgen zich elders voordoen, later zichtbaar worden of door anderen worden gedragen, kunnen we onszelf gemakkelijk wijsmaken dat het wel meevalt.
Daar zit een menselijke zwakte die veel ouder is dan onze technologie: we vinden het moeilijk om voordelen op te geven die we nu ervaren voor schade die we pas later zullen zien.
De vraag is dus niet alleen of we intelligent genoeg zijn om problemen te begrijpen. Ze is ook of we bereid zijn onze kennis serieus te nemen wanneer dat ongemakkelijk wordt.
Een rijke wereld waarin mensen arm blijven
Ook op menselijk gebied laat onze vooruitgang een dubbel beeld zien.
We hebben de kennis en middelen ontwikkeld om voedsel te produceren, ziekten te behandelen en levensomstandigheden te verbeteren op een schaal die eerdere generaties zich nauwelijks konden voorstellen. In verschillende delen van de wereld zijn mensen gezonder geworden en is extreme armoede op lange termijn afgenomen.
Dat is echte vooruitgang. Die mogen we niet uit het oog verliezen.
Maar vooruitgang verloopt niet overal even snel en bereikt niet iedereen in dezelfde mate.
Volgens een update van de Wereldbank uit september 2026 leefden naar schatting 824 miljoen mensen in 2024 in extreme armoede. Dat is ongeveer één op de tien mensen wereldwijd, gemeten aan de internationale armoedegrens van 3 dollar per dag in koopkrachtpariteiten van 2021. Dat is een internationale vergelijkingsmaatstaf die rekening houdt met verschillen in koopkracht. Het is niet hetzelfde als overal letterlijk drie Amerikaanse dollars aan contant geld ontvangen.
Achter dit cijfer gaan mensen schuil voor wie toegang tot voldoende voedsel, veilige huisvesting, onderwijs of medische zorg niet vanzelfsprekend is.
Het bestaan van armoede bewijst op zichzelf niet dat de mens egoïstisch is. Armoede heeft vele oorzaken, waaronder oorlog, slecht bestuur, discriminatie, economische afhankelijkheid en natuurrampen. En er wordt wereldwijd ook veel gedaan om haar te bestrijden. Maar het roept wel een vraag op die we niet gemakkelijk kunnen afdoen.
Wat zegt het over onze gezamenlijke vooruitgang wanneer we steeds meer kunnen produceren, maar voor honderden miljoenen mensen een menswaardig bestaan onzeker blijft?
Het antwoord is niet dat iedereen overal hetzelfde moet hebben, of dat iedere ongelijkheid onrechtvaardig is. Het gaat om iets fundamentelers, namelijk de vraag of onze groeiende mogelijkheden ook leiden tot meer kansen om een veilig en waardig leven op te bouwen.
Een samenleving kan economisch groeien en toch mensen achterlaten. Een wereld kan rijker worden zonder dat iedereen zich zekerder voelt. En een technologische doorbraak kan indrukwekkend zijn zonder dat zij het belangrijkste probleem van een gemeenschap oplost.
Misschien moeten we daarom niet alleen meten hoeveel rijkdom we voortbrengen, maar ook wat die rijkdom mogelijk maakt — en voor wie.
Wanneer samenleven moeilijker wordt
Onze problemen zijn niet alleen zichtbaar in de natuur of in de verdeling van welvaart. Ze raken ook aan de manier waarop we met elkaar omgaan.
Het Human Development Report 2023/2024 van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties beschrijft hoe vooruitgang in menselijke ontwikkeling onder druk staat en hoe politieke polarisatie de internationale samenwerking kan bemoeilijken. Het VN-World Social Report 2025 besteedt aandacht aan ongelijkheid, economische onzekerheid, afnemend vertrouwen en de samenhang tussen die ontwikkelingen.
Dat betekent niet dat iedere samenleving steeds verder uit elkaar valt, of dat verschil van mening een probleem op zichzelf is. Tegenspraak is noodzakelijk. Zonder kritiek is er geen democratie en zonder debat is er weinig ruimte voor verbetering.
Het probleem ontstaat wanneer we elkaar niet meer als mensen met verschillende belangen en overtuigingen zien, maar als vijanden die koste wat kost moeten worden verslagen. Dan wordt luisteren verdacht, toegeven een teken van zwakte en samenwerken iets wat we alleen nog van anderen verwachten.
Dat heeft gevolgen die verder reiken dan onze onderlinge verhoudingen. Grote vraagstukken — klimaatverandering, armoede, veiligheid en de bescherming van natuurlijke hulpbronnen — houden zich niet aan landsgrenzen. Ze vragen om samenwerking tussen mensen en landen die het lang niet overal over eens zijn.
Als het vertrouwen verdwijnt, wordt het moeilijker om gezamenlijk verantwoordelijkheid te dragen. Dan kunnen we steeds meer kennis, middelen en technologie bezitten, terwijl we minder goed in staat zijn die in gezamenlijk belang te gebruiken.
Misschien is dat een van de tegenstrijdigheden van onze tijd: we kunnen wereldwijd met elkaar communiceren, maar daarmee is nog niet gezegd dat we elkaar ook beter begrijpen.
Wat noemen we eigenlijk vooruitgang?
We hebben goede redenen om trots te zijn op wat de mens heeft bereikt. Wetenschap, geneeskunde, onderwijs en techniek hebben levens veranderd en lijden verminderd. Onze geschiedenis is niet uitsluitend een verhaal van vernietiging en eigenbelang.
Maar als we vooruitgang uitsluitend beoordelen aan de hand van productie, economische groei en technologische mogelijkheden, zien we slechts een deel van het verhaal.
Dan kunnen we rijker worden terwijl de natuur verarmt. We kunnen efficiënter produceren terwijl de druk op grondstoffen toeneemt. We kunnen meer informatie verspreiden terwijl het vertrouwen in elkaar afneemt.
Dat zijn geen bewijzen dat vooruitgang zinloos is. Het zijn aanwijzingen dat vooruitgang meer kanten heeft dan we soms willen erkennen.
Misschien moeten we onszelf daarom een moeilijker doel stellen dan steeds meer kunnen.
- Niet alleen: kunnen we het bouwen?
- Maar ook: hebben we het nodig?
- Niet alleen: levert het iets op?
- Maar ook: wie draagt de kosten?
- Niet alleen: is het technisch mogelijk?
- Maar ook: wat gebeurt er als we het op grote schaal toepassen?
- En niet alleen: wat betekent dit voor ons vandaag?
Maar vooral:
Welke wereld laten we achter voor mensen die nog niet aan tafel zitten en die niet kunnen meepraten over de keuzes die wij nu maken?
Dat zijn geen vragen die alle vooruitgang moeten tegenhouden. Het zijn vragen die vooruitgang beter kunnen maken.
De verantwoordelijkheid die bij onze macht hoort
Misschien ligt het grootste gevaar voor de mensheid niet in een gebrek aan intelligentie, maar in de afstand tussen wat we kunnen en waarvoor we verantwoordelijkheid willen nemen.
Dat is geen oordeel over ieder mens. Niemand van ons heeft volledige controle over het systeem waarin we leven. Onze keuzes worden begrensd door geld, werk, omstandigheden, beschikbare alternatieven en de beslissingen van anderen. Bovendien kunnen we niet alle gevolgen van ons handelen voorzien.
Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om te leren, schade te beperken en onze keuzes waar mogelijk te verbeteren.
Verantwoordelijkheid begint niet met de eis dat iedereen zijn leven onmiddellijk volledig verandert. Ze begint met de bereidheid eerlijk te kijken naar de gevolgen van onze gewoonten, onze economische keuzes en onze politieke besluiten.
Ze begint wanneer we erkennen dat gemak niet hetzelfde is als noodzaak, dat winst niet hetzelfde is als maatschappelijk nut en dat wat voor ons voordelig is niet altijd zonder gevolgen voor anderen blijft.
En ze begint wanneer we bereid zijn ook onze eigen bijdrage onder ogen te zien — zonder te doen alsof één persoon alle problemen kan oplossen, maar evenmin te beweren dat onze individuele keuzes er daarom niet toe doen.
Want de mensheid is niet één persoon met één wil. We zijn miljarden mensen met uiteenlopende belangen, overtuigingen en mogelijkheden. Juist daarom is het zo belangrijk dat we structuren en afspraken ontwikkelen die verantwoordelijkheid niet alleen aan het individu overlaten, maar ook van bedrijven, overheden en internationale organisaties vragen.
Een betere wereld ontstaat niet door schuldgevoel alleen. Ze vraagt om kennis, samenwerking, eerlijke keuzes en de moed om soms iets anders te doen dan we gewend zijn.
Hoe groot willen we werkelijk zijn?
De mens heeft bewezen dat hij tot buitengewone dingen in staat is. We hebben grenzen verlegd die ooit niet te verleggen leken. We hebben onze omgeving veranderd en onze kennis uitgebreid op een manier die eerdere generaties nauwelijks hadden kunnen voorzien. Maar macht is niet hetzelfde als wijsheid. En het vermogen om iets te doen, is nog geen bewijs dat we het ook verstandig doen.
Misschien is dat de spiegel die we onszelf moeten voorhouden.
Niet om onszelf te veroordelen. Niet om te ontkennen hoeveel goeds mensen tot stand brengen. En niet om te doen alsof alle problemen eenvoudig op te lossen zijn. Wel om eerlijk te onderzoeken of onze definitie van succes nog past bij de wereld waarin we leven.
Als we de natuur uitputten, mensen structureel achterlaten en het vertrouwen verliezen dat nodig is om samen problemen aan te pakken, dan moeten we ons afvragen of onze vooruitgang werkelijk zo groot is als we denken.
De Bijbelse tuin van Eden hoeft daarvoor geen letterlijke plaats te zijn. Ze kan ook een beeld zijn van wat ons is toevertrouwd: een wereld die we niet zelf hebben voortgebracht, maar waarvan we wel afhankelijk zijn.
We hoeven het niet eens te zijn over waar die verantwoordelijkheid uiteindelijk vandaan komt. De gevolgen van ons handelen zijn er niet minder werkelijk om.
De vraag is niet of de mensheid grootse dingen kan bereiken. Dat hebben we allang bewezen. De vraag is of we groot genoeg kunnen worden om verantwoordelijkheid te dragen voor de gevolgen van onze eigen grootheid.
Want uiteindelijk zal onze beschaving niet alleen worden beoordeeld op wat zij heeft gebouwd, ontdekt of veroverd. Ook de wereld die zij achterlaat, vertelt haar verhaal.
Bronnen en verdere verdieping
De onderstaande bronnen ondersteunen de feitelijke passages in het artikel. De morele vragen en conclusies zijn de interpretatie van mij als schrijver.
IPBES (2019) — Global Assessment Report on Biodiversity and Ecosystem Services. Over biodiversiteitsverlies en het aantal soorten dat met uitsterven wordt bedreigd. https://www.ipbes.net/ga1
UNEP (2024) — Global Resources Outlook 2024. Over grondstoffengebruik en mogelijke ontwikkelingen richting 2060.
https://www.unep.org/en/publications/report/global-resources-outlook-2024
IPCC (2023) — Climate Change 2023: Synthesis Report, Summary for Policymakers. Over de waargenomen opwarming van de aarde en de menselijke invloed daarop. https://www.ipcc.ch/report/ar6/syr/summary-for-policymakers/
Wereldbank (september 2026) — September 2026 Global Poverty Update. Over de internationale armoedecijfers en de herziene armoedegrens.
https://blogs.worldbank.org/en/opendata/september-2026-global-poverty-update-from-the-world-bank–one-in
UNDP (2024) — Human Development Report 2023/2024. Over menselijke ontwikkeling, internationale samenwerking en polarisatie.
https://hdr.undp.org/content/human-development-report-2023-24
UNDP — The Paradox of Progress with Polarization. Over de spanning tussen menselijke ontwikkeling en polarisatie.
https://hdr.undp.org/content/paradox-progress-polarization
Verenigde Naties (2025) — World Social Report 2025: A New Policy Consensus to Accelerate Social Progress. Over ongelijkheid, onzekerheid, vertrouwen en sociale samenhang.
https://desapublications.un.org/publications/world-social-report-2025-new-policy-consensus-accelerate-social-progress



Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.