Zwarte Haan - Avondlicht

Waarom Frankrijk niet kan blijven rekenen op de Europese portemonnee

Frankrijk is een van de pijlers van Europa. Juist daarom is het zorgwekkend dat het land steeds verder in financieel en maatschappelijk zwaar weer terechtkomt. De staatsschuld loopt op, begrotingstekorten blijven hardnekkig hoog en de politieke ruimte om noodzakelijke hervormingen door te voeren lijkt beperkt. Tegelijkertijd wordt het land geconfronteerd met protesten, rellen en vernielingen die de openbare orde en het vertrouwen in de overheid onder druk zetten.

Dat vraagt om begrip voor de problemen waarmee Frankrijk kampt. Maar begrip mag niet worden verward met het accepteren van iedere oplossing die Parijs voorstelt. En het mag al helemaal niet betekenen dat andere Europese landen uiteindelijk de rekening moeten gaan betalen voor onbehoorlijk Frans beleid.

Een schuld die niet langer kan worden genegeerd

De cijfers zijn duidelijk. Volgens het Franse statistiekbureau INSEE bedroeg de overheidsschuld eind 2025 115,7 procent van het bruto binnenlands product. Het begrotingstekort kwam uit op 5,1 procent van het bbp, terwijl de totale overheidsschuld circa 3.460 miljard euro bedroeg. (Bron: INSEE)

Een hoge staatsschuld betekent niet automatisch dat een land op de rand van een faillissement staat. Frankrijk beschikt over een omvangrijke economie, sterke ondernemingen en aanzienlijke economische mogelijkheden. Maar een tekort dat structureel boven de Europese norm blijft en een schuld die verder oploopt, vragen wel degelijk om ingrijpen. Dat is geen leuke boodschap, maar wel een realistische.

Een overheid kan niet onbeperkt meer uitgeven dan zij binnenkrijgt. Uiteindelijk zullen de kosten moeten worden opgevangen door hogere inkomsten, lagere uitgaven, economische groei of een combinatie daarvan. En hoe langer die noodzakelijke keuzes worden uitgesteld, hoe kleiner de ruimte wordt om ze op een beheerste en sociaal aanvaardbare  manier door te voeren. Hervormen, bezuinigen waar dat noodzakelijk is en prioriteiten stellen, het zijn geen populaire woorden, maar wel onderdelen van verantwoord bestuur. Boekhoudingen liegen nu eenmaal niet, als ze eerlijk worden gevoerd.

Geweld lost niets op

De financiële problemen staan niet los van de bredere maatschappelijke spanningen waarmee Frankrijk wordt geconfronteerd. Onvrede over koopkracht, sociale voorzieningen en overheidsbeleid kan mensen ertoe brengen massaal de straat op te gaan. In een democratie is vreedzaam protest niet alleen een recht, maar ook een belangrijk middel om machthebbers ter verantwoording te roepen. Geweld is echter iets anders.

Plunderingen, brandstichting, vernielingen en aanvallen op politie of hulpverleners zijn niet te rechtvaardigen door naar sociale onvrede te verwijzen. Wie een winkel beschadigt, een openbaar gebouw in brand steekt of een hulpverlener aanvalt, draagt niet bij aan een oplossing. De schade komt terecht bij ondernemers, werknemers, inwoners en uiteindelijk ook bij de gemeenschap die de herstelkosten moet dragen.

En laten wij hier heel duidelijk zijn. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen vreedzame demonstranten en degenen die geweld plegen. Een hele bevolking verantwoordelijk houden voor het gedrag van een deel van de deelnemers is niet alleen  onterecht, het zou ook een ontkenning van echte zorgen van bezorgde mensen zijn. Tegelijk mag de maatschappelijke context nooit worden gebruikt om strafbaar geweld te vergoelijken.

Een overheid moet sociale problemen serieus nemen én de openbare orde beschermen. Die twee verantwoordelijkheden sluiten elkaar niet uit.

Eurobonds zijn geen oplossing voor uitgestelde hervormingen

Wanneer de financiële druk toeneemt, keert het voorstel voor gezamenlijke Europese schulduitgifte telkens terug. Frankrijk is een warm voorstander. Eurobonds zouden landen toegang kunnen geven tot gezamenlijke financiering en de Europese samenwerking kunnen versterken. Ook andere Europese leenconstructies worden geregeld als oplossing naar voren geschoven. Maar de fundamentele vraag blijft: wie draagt uiteindelijk het financiële risico?

Er bestaat een wezenlijk verschil tussen gezamenlijk investeren in Europese defensie, energievoorziening of grensoverschrijdende infrastructuur en het gezamenlijk dragen van de gevolgen van structurele nationale begrotingstekorten. Daar mag geen misverstand over bestaan.

Het eerste kan een gezamenlijk Europees belang dienen. Het tweede dreigt de financiële verantwoordelijkheid te verschuiven van de nationale politiek naar de Europese belastingbetaler. U en ik dus.

Waarom zou Nederland zonder voldoende waarborgen moeten meebetalen aan de gevolgen van Franse begrotingskeuzes? Waarom zouden landen die hun eigen uitgaven moeten beheersen, automatisch moeten instaan voor de financiële risico’s van landen die daarin tekortschieten?

Een andere naam voor een lening verandert niets aan de onderliggende economische werkelijkheid. Meer schulden. Wanneer een constructie risico’s van nationale schulden naar andere lidstaten verplaatst mag en moet dat ook zo worden benoemd. Dat is transparantie.

Een schuld verdwijnt niet doordat zij gezamenlijk wordt aangegaan. Alleen de verdeling van het risico verandert.

Dat betekent niet dat Europese financiële samenwerking per definitie verkeerd is. Het betekent wel dat die samenwerking duidelijke doelen, transparante voorwaarden en een geloofwaardige verdeling van verantwoordelijkheden vereist. In gewone taal, wie uiteindelijk de rekening betaalt.

Solidariteit heeft grenzen

De Europese Unie is gebouwd op samenwerking. Landen helpen elkaar bij uitzonderlijke crises, werken samen aan gemeenschappelijke belangen en delen de voordelen van de interne markt en de gemeenschappelijke munt. Maar solidariteit kan niet betekenen dat nationale verantwoordelijkheid geleidelijk verdwijnt.

Een muntunie waarin de financiële risico’s steeds verder worden gedeeld, terwijl begrotingsbeslissingen grotendeels nationaal blijven, loopt het risico dat de prikkels voor verantwoord beleid verzwakken. De Europese begrotingsregels bestaan juist om buitensporige tekorten tegen te gaan. De Raad van de Europese Unie heeft Frankrijk aanbevolen het buitensporige tekort uiterlijk in 2029 terug te dringen. (Bron: Raad van de EU) Het beleid van de Franse regering lijkt op geen enkele wijze prioriteit te geven aan die aanbeveling.

Ook Nederland kent moeilijke begrotingskeuzes. Ook Nederlandse burgers moeten accepteren dat publieke middelen beperkt zijn. Juist daarom is het van belang dat financiële verplichtingen tegenover andere lidstaten democratisch uitlegbaar blijven. Solidariteit zonder wederkerigheid wordt op den duur moeilijk vol te houden. En solidariteit zonder duidelijke verantwoordelijkheden dreigt het vertrouwen tussen Europese landen te ondermijnen.

Hervormen of de rekening doorschuiven

Frankrijk heeft de economische mogelijkheden om zijn financiële positie te verbeteren. Dat vereist geen blinde kaalslag en evenmin het afbreken van iedere sociale voorziening. Het vereist een realistisch debat over de betaalbaarheid van regelingen, de doelmatigheid van overheidsuitgaven, de werking van de arbeidsmarkt en de voorwaarden voor duurzame economische groei.

Sommige uitgaven verdienen bescherming. Andere moeten mogelijk worden aangepast. Investeringen die de toekomstige productiviteit vergroten, kunnen juist noodzakelijk zijn. De precieze keuzes zijn aan de Franse politiek en de Franse kiezer.

Maar het uitstellen van moeilijke beslissingen is zelf ook een keuze. Een keuze waarvan de kosten kunnen neerslaan bij toekomstige generaties, via hogere rentelasten, hogere belastingen of minder ruimte voor publieke voorzieningen.

Hetzelfde geldt voor maatschappelijke problemen. Geweld en vernielingen maken het herstel van vertrouwen niet eenvoudiger en brengen extra kosten met zich mee. Een samenleving die verlangt dat de overheid problemen oplost, moet ook bereid zijn de grenzen van haar financiële mogelijkheden onder ogen te zien.

Dat zijn geen identieke problemen, maar ze vragen allebei om verantwoordelijkheid in plaats van het eindeloos doorschuiven van de rekening.

De EU is geen gezamenlijke creditcard

Frankrijk verdient respect als Europese partner. De Franse bevolking verdient een eerlijke discussie over haar toekomst. En de EU heeft er alle belang bij dat de Franse economie sterk en stabiel blijft. Maar dat alles verplicht andere lidstaten niet om de structurele Franse begrotingstekorten over te nemen.

Geen eurobonds als sluiproute naar permanente schulddeling. Geen alternatieve leenconstructies die dezelfde financiële risico’s onder een andere naam verdelen. Geen blanco cheque die nationale hervormingen vervangt door Europese financiering.

Gezamenlijke Europese investeringen kunnen noodzakelijk zijn. Onderlinge steun kan gerechtvaardigd zijn. Maar financiële solidariteit moet samengaan met controleerbare voorwaarden en nationale verantwoordelijkheid.

De keuze is uiteindelijk niet tussen solidariteit en onverschilligheid. De keuze is tussen een Europese samenwerking die landen helpt hun problemen duurzaam op te lossen en een systeem dat de rekening steeds verder doorschuift.

Frankrijk moet zijn overheidsfinanciën hervormen, zijn uitgaven prioriteren en zijn begroting op een toekomstbestendig pad brengen. Europa kan daarbij een partner zijn, maar geen permanente geldschieter.

KeimpP

Boekhouder